Stelling 28: Een op de drie woningen moet sociaal

Nog maar drie nachtjes slapen. Vandaag een stelling die saai lijkt, maar best dynamisch ingevuld kan worden: Elk nieuwbouwproject moet uit meer dan 35 procent sociale woningen bestaan.

Deze regel geldt de laatste jaren al, en wordt met instemming van bijna alle partijen toegepast. En als die niet wordt toegepast moet de projectontwikkelaar per niet gerealiseerde sociale woning een bedrag rond de €50.000 in een fonds storten. Maar wat er met dat geld in het fonds gebeurt weet Hillridge eventjes niet. Misschien dat iemand die dat wel weet dat hieronder kan aanvullen.

Ook aanvullen mogen de politici een idee dat gisteavond in het zogenaamde vrouwendebat kwam langsracen. Feit: het verschijnsel bejaardenhuis is verleden tijd, ouderen moeten thuis blijven wonen. Idee: In bestaande bejaardenhuizen staan steeds meer kamers leeg, kunnen we die misschien aan jongeren of starters verhuren? 

Maar dan nu de stelling: Elk nieuwbouwproject moet uit meer dan 35 procent sociale woningen bestaan.

SP: Eens
De vraag om betaalbare huur- en koopwoningen voor o.a. jongerenen senioren is hoog. Hier moet rekening mee worden gehouden bij de realisatie van nieuwbouwprojecten.

GroenLinks/PvdA: Eens
Meer betaalbare woningen zijn hoog nodig. Er is een groot tekort aan goedkopere woningen voor jongeren, starters en ouderen.

D66: Eens
We moeten ook voor de minder kapitaalkrachtige inwoners bouwen. Ook zij hebben recht op goede en betaalbare woningen. Elk nieuwbouwproject is natuurlijk maatwerk maar gemiddeld dient het percentage sociale woningbouw op minimaal 35% te liggen.

CU: Eens
Om iedereen een kans te geven op een goede woning, is een evenredige verdeling van woningen tussen arm en rijk belangrijk. In de geactualiseerde gemeentelijke woonvisie van januari 2014 is vastgelegd dat tenminste 35 % van de nieuwbouw sociale woningbouw moet zijn. Daaraan is juist ook in deze crisistijd behoefte bij starters op de woningmarkt (jonge mensen). Dat betekent dat wanneer projectontwikkelaars (weer) grotere projecten gaan bouwen zij verplicht zijn daarin tenminste 35% sociale woningbouw op te nemen. Binnen de ingekrompen mogelijkheden van de woningcorporaties door het Woonakkoord uit 2013 wil de ChristenUnie woningcorporaties de ruimte geven om toch innovatief, vraaggericht en toekomstvast te kunnen bouwen. Wanneer zij moeilijkheden ondervinden hun investeringen voor sociale huurwoningen te financieren, zijn gemeentelijke borgstellingen te overwegen.

VVD: Oneens
Bij 30 procent sociale woningbouw wordt in de behoefte aan sociale woningen voldoende voorzien. Een verplichting tot meer dan 35 procent miskent de behoefte aan andere soorten woningen. Zo bieden bijvoorbeeld nét wat duurdere woningen (dan de sociale) de mogelijkheid voor 'scheefwoners' om door te stromen, waardoor sociale woningen beschikbaar komen voor degenen voor wie ze zijn bedoeld.

CDA: Eens
Het CDA vindt dit zeer verantwoord omdat er een groot gebrek aan starters- en seniorenwoningen is.

SGP: Oneens
Natuurlijk wil de SGP ook het aantal sociale woningen dat nodig is gerealiseerd zien, maar niet elk plan leent zich daar voor. De gemeente dient beleid te voeren op een manier dat in de wens voor sociale woningen wordt voorzien en gelijktijdig de balans in de gaten te houden met andere typen woningen, bijvoorbeeld in de gemeentelijke woonvisie.

BVH: Oneens
Je kunt de 65% niet sociaal er niet mee belasten.
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *