Heuvelrug

Beeldreportage: Hop, de ijskelder van Hydepark in

Hillridge mocht ook mee op de archeologische wandeling door het Hydepark en hoorde daar veel oude verhalen. (721 woorden, tien beelden)

Verzamelen is in restaurant Brocante, de keuken snijdt al aan de archeologische lunch na afloop. Archelooog Mina Jordanov racet in het bovenzaaltje door de geschiedenis van Hydepark, gesticht in 1860 door koloniaal ondernemer Van Loon en zijn mevrouw Borski. Met het nodige slavernijbloed aan hun handen. ‘Maar dat kun je over veel landgoederen zeggen,’ relativeert Jordanov.

Dan kunnen de laarzen aan en op stap. ‘Fijn he, zo’n grote opkomst,’ constateert  de opgetogen gemeentelijk archeoloog Annemarie Luksen. ‘Veel omwonenden. Dus ook goed voor de sociale cohesie. Zet dat maar eens op Hillridge!’

Eerste stop is de ijskelder. Daarvoor klimmen we een heuvel over die volgens de een wel en de ander niet bij de ijskelder hoort, want er zijn behalve archeologen ook veel amateurdeskundigen mee.

In elk geval was het ijs niet consumptief, zegt de meneer die binnenin de zaklamp vasthoudt en ook al alles weet. ‘Gewoon ijs uit de vijver, ‘s winters van boven erin gegooid. ‘s Zomers haalden ze er via de deur weer stukken ijs uit, voor koeling. Ze hadden nog geen koelkasten hè.’

Volgende stop is de oranjerie, net als de andere gebouwen op Hydepark opgetrokken in eclectische stijl met Lodewijk XIV invloeden, zo leren we. Bouwkundigen in het gezelschap constateren scheuren en verzakkingen, zoveel dat twijfel bestaat of de beoogde anderhalf miljoen restauratie-euro’s die allemaal kunnen opvijzelen. En dan hebben we het van binnen nog niet aanschouwd, want de deur is gesloten. Zien we alweer het vermaarde glasinloodkoepeldak niet dat onder het huidge dak verstopt schijnt te liggen.

Onderweg naar de nieuwbouw wijst Jordanov op oude klinkers van oude paden, nog aangelegd door Hendrik Copijn himself, die overal op het landgoed kunstheuvels, slingerpaden, grotten en onregelmatige vijvers mocht aanleggen. Het geld kon immers niet op, ook het oude paleis zelf was voorzien van alle gemakken, inclusief een eigen waterzuivering en een centrale verwarming, nog avant la lettre.

Dan zijn we bij het conferentiecentrum in aanbouw: een grote verzameling stenen, met niet zo heel erg veel creativiteit op elkaar gelegd. Nogal donker moet het daarbinnen worden, constateert Jordanov, terwijl ze een plaatje van het paleis van Van Loon omhoog houdt. ‘Dat was een vrolijk gebouw, met veel licht.’ Maar ja, in dat gebouw hield de Duitse Arbeitseinsatz kantoor, vandaar dat tegen het einde van WOII geallieerde bommen op vielen. En het niet veel later in brand werd gestoken, naar verluidt door de rancuneuze Duitsers zelf.

Honderd meter verder liggen de archeologische hoogtepunten van vandaag: natuurstenen van het oorspronkelijke paleis, her en der opgediept bij de sloop van het vorige gebouw: een betonnen constructie uit de jaren zestig die nu vermalen ligt onder het nieuwe gebouw. De gele brokken natuursteen -Bentheimer zandsteen doceert Jordanov- werden anderhalve eeuw geleden aangevoerd uit Duitsland, net als de zwarte brokken gebouchardeerd kolenkalksteeen.

Het plan was de oude stenen in of rond de nieuwbouw te verwerken, maar daar heeft PKN ineens geen geld voor over. ‘We hebben helaas te horen gekregen dat deze oude stenen niet worden hergebruikt,’ zegt de teleurgestelde Jordanov, die tevergeefs oplossingen aandroeg. ‘Je zou ze ook gewoon langs het pad kunnen leggen. Maar ze worden nu waarschijnlijk herbegraven.’

Tot slot van de archeologische wandeling lopen we langs het bouwhek naar de fundamenten van een vermeende zendinstallatie. Pets, springen de laarsjes van het speelse archeologendochtertje intussen in ongeveer elke plas. ‘We moeten zo door het hoge gras, misschien dat mensen met gewone schoenen beter kunnen omlopen,’ adviseert Jordanov. Tevergeefs, het geharde gezelschap -zo te zien hebben allen zeker de Koude Oorlog nog meegemaakt- sjokt standvastig door.

De fundamenten zijn duidelijk zichtbaar, maar of die een zendinstallatie droegen wordt hardop in twijfel getrokken door de alsmaar uitdijende groep amateurdeskundigen. Misschien dat er een beeld op heeft gestaan, denkt de een. De waterzuivering, denkt de ander. Nee, die stond op die ene heuvel, weet de derde. En zo sjokken we terug naar de uitgang. Onderweg horen we nog verhalen over de barones die sinds kort in het oude koetshuis van Hydepark woont. En over de eerste kroepoekfabriek van Nederlanders, in de oranjerie gevestigd door gerepatrieerde KNIL-militairen.

 

Lees ook:
Zeven ton voor restauratie oranjerie Hydepark
Twijfels over haalbaarheid Nieuw Hydepark
Kerkbestuur akkoord met plan Hydepark
Verkoop Roosevelthuis moet nieuw Hydepark meebetalen
Kerk de boer op met Nieuw Hydepark